Verhalen

Rohingya-vluchtelingencrisis: omgaan met Covid-19 in een vluchtelingenkamp

Carl Adams is de voormalige landendirecteur voor Medair in Bangladesh. Van maart 2019 tot september 2020 leidde Carl het Medair-team dat noodhulp verleende aan Rohingya-vluchtelingen in het kamp Kutupalong.

De Rohingya zijn in 2017 uit Myanmar gevlucht vanwege afschuwelijk geweld en wonen nu in het grootste vluchtelingenkamp ter wereld. Vanuit zijn huis in Nieuw-Zeeland vertelt Carl over Covid-19 en de gevolgen voor families in Kutupalong.

In de afgelopen vijf maanden is alles in ons dagelijks leven veranderd. Op 26 maart werd in Bangladesh een nationale lockdown van kracht, om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. In de tien dagen daarna, moesten de Rohingya-vluchtelingenkampen drastisch terugschakelen naar gereduceerde dienstverlening – eerst naar ‘essentiële’ hulp en toen naar alleen ‘kritieke’ hulp.

Noodhulpmedewerkers mochten minder de kampen in- en uitgaan en de Rohingya mochten minder bij elkaar komen om de verspreiding van het virus naar de kampen tegen te gaan. Iedereen was bang dat als het virus de kampen zou bereiken – waar het zo vol is dat fysiek afstand houden onmogelijk is en veilige hygiëne in de praktijk zeer moeilijk is – het zich daar razendsnel zou verspreiden.

Begin april werd me in vergaderingen duidelijk voor welke enorme opgave we stonden. Statistische modellen van de gerenommeerde Johns Hopkins University en de London School of Hygiene and Tropical Medicine bevestigden onze grootste angsten. Als het virus een hoge overdrachtsnelheid zou bereiken, dan hadden de noodhulporganisaties nog geen 5% van de benodigde ziekenhuisbedden, om van intensive care nog maar te zwijgen.

Daarbij kwam dat door de strijd tegen Covid-19 er waarschijnlijk minder aandacht zou zijn voor andere ziekten, waardoor nog eens extra mensen ziek zouden worden en zouden overlijden. Met de komst van het coronavirus hadden de Rohingya nu te maken met een crisis in de crisis.

In het overvolle vluchtelingenkamp Kutupalong is afstand houden en zelfisolatie bijna onmogelijk. ©Medair

De beperking van de noodhulp kwam hard aan.  Heel veel basisvoorzieningen waar de mensen op rekenden, waren niet meer beschikbaar. Bijvoorbeeld, veilige plekken waar kinderen kunnen leren en spelen, bescherming en ondersteuning van overlevenden van huiselijk geweld, onderdak- en infrastructuurhulp om het kamp veiliger te maken en voedselhulp voor moeders en kinderen jonger dan vijf jaar. De families probeerden zo goed en zo kwaad als het kon door te gaan in hun eenkamerhutjes van bamboe en dekzeil.

Hulporganisaties gaven prioriteit aan de strijd tegen Covid-19. Er werden quarantaine- en behandelcentra opgezet voor vermoedelijke en bevestigde patiënten en binnen enkele maanden werd het aantal ziekenhuisbedden bijna vertienvoudigd. Ondertussen dachten we na over hoe we konden doorgaan met hulp om levens te redden en waardigheid in stand te houden en tegelijkertijd onszelf en de mensen te beschermen tegen Covid-19.

Ondanks de beperkingen bleven onze medewerkers en vrijwilligers vastbesloten om door te gaan met de hulp aan ondervoede kinderen, vooral kinderen jonger dan vijf jaar.  Dit was cruciaal voor het verbeteren van de gezondheid van deze kinderen en hen uit het ziekenhuis te houden. Als ondervoeding verwaarloosd wordt, kan dat leiden tot een reeks andere gezondheidsproblemen en zelfs overlijden.


Een moeder in het vluchtelingenkamp Kutupalong leert hoe ze de voedingsstatus van haar zoontje moet meten. © Medair

We gingen ook door met de reguliere gezondheidszorg, niet gerelateerd aan het coronavirus. Het was belangrijk dat mensen de normale gezondheidszorg konden krijgen: vaccinaties, pre- en postnatale zorg, geboortenregeling, dokters- en apotheekbezoek, met name voor mensen met chronische aandoeningen. Onze twee gezondheidsposten bleven open, met strikte protocollen voor het opsporen van vermoedelijke Covid-19-patiënten en doorverwijzing naar andere zorg.

Covid-19 kwam tijdens het moessonseizoen. Dan veranderen de kampen door de zware regen in modderpoelen en raken de armetierige hutjes van bamboe en zeil vaak beschadigd of vernield. Na elke stortvloed namen onze medewerkers de schade op en hielpen ze ongeveer 700 huishoudens om hun onderkomens te repareren of te herbouwen.

Onze medewerkers en vrijwilligers stonden letterlijk aan het front in deze pandemie. Dag in dag uit beschermden ze zich heel zorgvuldig om vitale functies uit te oefenen in de gemeenschap, belangrijke voorlichting te geven en hulp te bieden. Daardoor zijn levens gered en konden mensen hun waardigheid behouden in een noodsituatie waarmee bijna alle aardbewoners te maken hebben.

Het maakte mij als leider van dit team ontzettend trots. Wat hebben ze allemaal voor elkaar gekregen in deze enorm lastige periode. Werken in de noodhulp en mensen in nood helpen is één ding. Dat doen terwijl je zelf risico loopt en je zorgen maakt over het welzijn van je familie thuis, is twee.

Een van de medewerkers aan het front vertelde me: ‘Eerst zag ik de noodhulp als mijn werk, maar nu zie ik het als wie ik ben. Ik zou nooit in deze vreemde situatie zitten als het alleen mijn werk was. Kennelijk heb ik vaardigheden die ik kan gebruiken om mensen te helpen. Dat is wat ik moet doen, dus doe ik het.’

Een vrijwilliger van Medair werkt mee aan de distributie van essentiële huishoudelijke artikelen in het vluchtelingenkamp Kutupalong. © Medair

De langdurige beperking van de hulp in de Rohingya-vluchtelingenkampen heeft gevolgen. Het leven is zwaar, mensen zijn moe en corona is nog steeds een even grote bedreiging. Op sommige belangrijke gebieden verliezen we wat we eerder met moeite bereikt hadden: verbetering van de leefomstandigheden, stijging van de vaccinatiegraad, terugdringing van ondervoeding. Dat dreigt allemaal weer achteruit te gaan.

De hele wereld heeft te maken met de gevolgen van corona, maar de meesten van ons zitten niet in de benarde situatie van de Rohingya. Laten we hen niet vergeten, hun strijd tegen het coronavirus en hun strijd voor een veilige, waardige en vrijwillige terugkeer naar hun huizen in Myanmar.

 

Carl Adams is de voormalige landendirecteur voor Medair in Bangladesh. Klik hier voor meer over de Rohingya-vluchtelingencrisis.

Meld u hier aan voor Medair Lives en krijg meer verhalen van binnenuit de noodhulp.

 


 

Medair is een internationale hulporganisatie die noodhulp en herstel brengt naar families die kwetsbaar zijn geworden door natuurrampen, conflicten en andere crises. In Bangladesh werkt Medair samen met World Concern.

Voor deze inhoud is gebruik gemaakt van informatie van Medair-medewerkers in het veld en op het Global Support Office. De zienswijzen in dit bericht vallen onder de verantwoordelijkheid van Medair en dienen op geen enkele wijze beschouwd te worden als de officiële opvatting van enige andere organisatie.