Crisis op de berg Sinjar | 5 jaar later

Vijf jaar na de crisis op de berg Sinjar is Medair nog steeds aanwezig om de overlevenden te ondersteunen.

In de zomer van 2014 vluchtten tienduizenden Jezidi-mannen, -vrouwen en -kinderen in de verzengende hitte van de woestijn in Noord-Irak naar de berg Sinjar. Voor deze oude minderheid in Irak is de berg een heilige plaats. De Jezidi’s vluchtten erheen vanwege het steeds heviger wordende geweld van gewapende strijders die hen omsingelden.

Vijf jaar na de crisis op de berg Sinjar is Medair nog steeds aanwezig om de overlevenden te ondersteunen.

In de zomer van 2014 vluchtten tienduizenden Jezidi-mannen, -vrouwen en -kinderen in de verzengende hitte van de woestijn in Noord-Irak naar de berg Sinjar. Voor deze oude minderheid in Irak is de berg een heilige plaats. De Jezidi’s vluchtten erheen vanwege het steeds heviger wordende geweld van gewapende strijders die hen omsingelden.

Ze waren ingesloten en werden met z’n tienduizenden* belegerd terwijl de temperaturen stegen tot 50 °C, zonder eten of water. Veel Jezidi’s haalden de berg niet eens. Honderden werden vermoord en velen ontvoerd en tot slaven gemaakt.

Wereldwijd was er aandacht voor de crisis die zich ontwikkelde. De Verenigde Naties verklaarden het tot een noodsituatie op niveau 3, het hoogste in zijn soort. VN-bureaus riepen noodhulporganisaties op om in de regio actief te worden.

Het Medair-noodhulpteam was als eerste internationale noodhulporganisatie ter plaatse om levensreddende zorg te verlenen aan de wanhopige mensen.

“Voordat ze [de gewapende groepen] kwamen, wist ik al dat er iets zou gaan gebeuren. Ik was bang dat onze gemeenschap iets zou overkomen,” vertelt Afrah, een Jezidi-overlevende die inmiddels voor Medair in Sinjar psychosociale zorggroepen leidt. Ze gaat verder: “Ook ik was een van de slachtoffers, maar gelukkig werd ik niet gevangen genomen.

Ik was onderweg naar de stad Sinjar toen mijn broer zei dat ik thuis moest komen. Ik ging terug en belde wat vriendinnen om af te spreken. Toen kreeg ik door dat er iets gaande was, dat er iets mis was,” legt Afrah uit. “Ik maakte mijn broertjes en zusjes wakker en maakte ze klaar om te gaan. We stapten in de auto van mijn neef en reden weg. Mijn vader bleef nog thuis. We hadden geen contact meer en konden niet meer bellen, er was geen bereik meer.”

Binnen enkele dagen vluchtten ongeveer één miljoen mensen van huis. Het totale aantal ontheemden steeg tot zes miljoen. Families sloegen op de vlucht met alleen de kleren aan hun lijf, vaak te voet. Afrah’s vader kon als één van de weinigen ontsnappen naar Syrië.

Niemand wist hoe lang het zou gaan duren. Veel mensen zeiden dat we binnen enkele dagen weer naar huis zouden gaan.

“Er werd gezegd dat het een paar uur zou duren en dat we dan weer naar huis konden. We wisten niet wat er zou gaan gebeuren,” vertelt Afrah. Uiteindelijk duurde het vijf jaar voordat ze weer terug kon gaan naar haar eigen plek.

De stad Sinjar werd 15 maanden lang bezet gehouden door gewapende groepen. In november 2017 werd de stad eindelijk heroverd.

Het conflict is opgehouden, maar de noodsituatie blijft aanhouden. Volgens het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden van de Verenigde Naties (OCHA) zijn er momenteel nog steeds 1,8 miljoen mensen ontheemd in Irak. Meer dan de helft van hen is langdurig ontheemd: 54% is al meer dan drie jaar thuisloos**.

De Iraakse samenleving is compleet getroffen door het jarenlange conflict. De economie heeft een zware klap gekregen en gemeenschappen zijn ontwricht of verwoest. Verspreid door de gemeenschappen liggen niet-ontplofte explosieven. Huizen zijn vernield, net als scholen, zorgvoorzieningen, waterleidingen en elektrische infrastructuur. Veel mensen zijn voor de toegang tot basisvoorzieningen afhankelijk van internationale noodhulp.

Het is nu vijf jaar geleden dat de Jezidi’s door een aanval naar de berg Sinjar moesten vluchten, maar de fysieke en emotionele littekens zijn nog niet weg. De families stonden al tijdenlang bloot aan moeilijkheden, voordat ze van huis en haard verdreven werden. De emotionele belasting vóór, tijdens en na de vlucht kwam daar nog bij. Door individuele en groepssessies voor psychosociale zorg leren ze om met de last van het verleden om te gaan.

“Toen de crisis kwam, realiseerden de mensen zich niet welke emotionele belasting dat voor hen betekende. Maar toen er wat stabiliteit in de levens kwam, begonnen ze te merken dat er iets mis was,” vertelt Afrah. “Iedereen in de gemeenschap is in nood en ieder mens gaat op een andere manier om het het trauma. Medair richt zich op mensen die een crisis doormaken en geeft hulp in de nood en bij het herstel,” gaat ze verder.

Psychosociale zorgmedewerkers zoals Afrah leiden gedurende zes weken interactieve sessies. Daar leren de mensen omgaan met verlies, rouw, depressie en angst en leren ze kinderen te begrijpen en hoe zij reageren op stress. Psychosociale zorgmedewerkers leren mensen ontspanningstechnieken en hoe ze beter kunnen luisteren naar lotgenoten. In deze sessies vinden ze een veilige setting om ervaringen te delen en onderlinge steun vorm te geven.

Jalila (24) uit de stad Sinjar heeft op 3 augustus 2014 de verschrikkelijke gebeurtenissen meegemaakt. Haar normale familieleven werd wreed verstoord. Twaalf familieleden werden gedood en 30 raakten vermist. Slechts zes mensen overleefden. Jalila zwierf met haar familie door de nacht, langs de steile rotsen van de berg Sinjar omhoog. Van achteren werd er op hen geschoten. Ze bleven rennen totdat ze een plek bereikt hadden waar de gewapende groepen niet zouden kunnen komen.

Tegenwoordig werkt Jalila als maatschappelijk werker bij een plaatselijke hulporganisatie. Op 30 juni 2019 nemen Jalila en haar collega’s deel aan de afsluitende psychosociale zorgsessie onder leiding van Afrah.

Na afloop zegt Jalila: “Het helpt de gemeenschap echt, met name de tieners. Wij denken dat we als medewerkers van een hulporganisatie geen zorgsessies nodig hebben, maar iedereen heeft ondersteuning nodig. Iedereen. Families, kinderen, hulpverleners, iedere ontheemde. Waar ze ook zijn. We hebben zo veel doorgemaakt.”

De verhalen van Jalila en Afrah zijn slechts een fractie van wat honderdduizenden mensen de afgelopen vijf jaar hebben doorgemaakt in Irak. Het trauma is niet over wanneer de gebeurtenissen voorbij zijn; het blijft aanwezig. Maar psychosociale zorgsessies kunnen mensen redden nadat de gevechten voorbij zijn.

Afrah zegt: “Wanneer mensen ziek of gewond zijn, dan gaan ze naar een kliniek. Psychosociale zorg is net zo. Als iemand van binnen gewond is, dan hebben ze ook hulp nodig om te genezen. Het is bijna vijf jaar geleden dat de aanval plaatsvond. Des te meer reden om over het trauma te praten. Mensen onthouden wat we in de sessies bespreken en het helpt hen bij het rouwen.”

Vandaag, op 3 augustus 2019, is het vijf jaar geleden dat de crisis in Sinjar plaatsvond. Het is ook al vijf jaar lang dat Medair dienstbaar is, bouwt, luistert, herstelt, versterkt en de grootste noden van de Irakezen verzacht.


Exacte aantallen zijn nog onzeker; in deze update van UNOCHA, gepubliceerd op 4 augustus 2014, wordt geschat dat het aantal mensen op de berg tussen 35.000 en 50.000 lag.

** OCHA | Humanitarian Response Plan 2019