Verhalen

Blog van de CEO: Wat doen we aan lokalisatie?

Waarom we ons naar de gemeenschappen toe bewegen en niet van hen af.

Sinds jaar en dag bieden we hulp bij enkele van de meest complexe noodsituaties ter wereld. We ondersteunen families in landen die getroffen zijn door conflicten, natuurrampen, ontheemding, honger en uitbraken van ziekten. In de meer dan dertig jaar dat we noodhulp bieden, hebben we één heel belangrijke les geleerd: onze belangrijkste partners zijn de gemeenschappen voor wie we werken.

Het gaat namelijk om lokalisatie. Op dit moment is lokalisatie onderwerp van intensieve discussies binnen de noodhulpsector. Daarbij is de gedachte dat het beter is om hulpmiddelen en geld direct toe te wijzen aan nationale en plaatselijke hulpverleners in plaats van aan grote organisaties. Ook wij vormen zo’n grote organisatie, met medewerkers en een hoofdkantoor op grote afstand van de noodhulpacties die uitgevoerd worden. Op de World Humanitarian Summit van 2016 is zelfs een ambitieus plan voorgesteld: de Grand Bargain. Het idee achter de Grand Bargain is simpel: meer middelen en geld investeren in de gemeenschappen die dat het hardst nodig hebben om zo de noodhulpinterventies effectiever, sneller en duurzamer te maken.

Bij Medair werken we aan lokalisatie aan de hand van de strategie Wees globaal, dien lokaal. Dat betekent het volgende.

 

1. In onze hulpacties staan mensen centraal

Wij zijn ervan overtuigd dat in elke noodhulpactie de mensen voor wie we werken centraal moeten staan – niet de hulporganisaties of donorinstellingen. We benaderen ieder mens als een uniek persoon en behandelen hen met het respect dat hen toekomt. Ook leggen we verantwoording af aan de mensen voor wie we werken en vragen we hen om feedback op ons werk en onze mensen. Onze verantwoordingsmechanismen zijn gecertificeerd volgens de Core Humanitarian Standard. Daarin wordt in negen doelen uiteengezet hoe organisaties de effectiviteit en kwaliteit van hun werk kunnen verbeteren. Verder werken we aan diversiteit en inclusiviteit, zodat ons beleid, ons gedrag en onze communicatie een afspiegeling zijn van onze diverse samengestelde teams. Daarmee voorkomen we discriminatie op persoonlijk en organisatorisch vlak.

 

2. We investeren in onze collega’s

Ongeveer 1.500 collega’s – 85 procent van onze medewerkers – is opgegroeid in de gemeenschappen en landen waarvoor we ons inzetten. Ze brengen inzicht, kennis en deskundigheid met zich mee, die we simpelweg nodig hebben om te functioneren. Zij hebben specifieke kennis van de context, geschiedenis, cultuur, relaties, taal en ervaring in de non-profitsector. 

We investeren in onze collega’s met praktijktraining, door te kijken naar waardevolle talenten en vaardigheden en door leiderschapskansen te ontwikkelen voor collega’s die willen doorgroeien. Dit bevordert de duurzaamheid van ons programma en leidt tot hulpacties die zo goed mogelijk aansluiten bij de noden en de context van de gemeenschappen.

We ondersteunen onze collega’s en helpen hen bij de uitdagingen die ze tegenkomen in de uitvoering van de programma’s. Wanneer we de zeer moeilijke beslissing moeten nemen om een gemeenschap te verlaten of een landenprogramma af te sluiten, dan kunnen onze collega’s bij andere organisaties aan de slag gaan met de vaardigheden die ze bij Medair hebben opgedaan. Zo kunnen ze lokale, nationale of internationale organisaties helpen in actie te komen bij een nieuwe crisis.

 

3. We werken samen met plaatselijke actoren en organisaties

In meer dan 30 jaar noodhulpverlening hebben we geleerd dat onze belangrijkste partners bij een interventie de mensen in de gemeenschap zelf zijn. We werken nauw samen met de gemeenschappen die we hulp bieden, we luisteren naar hen, worden partners met hen en werken met hen samen. Daardoor krijgen we een zo goed mogelijk inzicht bij het ondersteunen van hun behoeften. We willen graag lokaal gericht en geïnformeerd zijn. Tegelijkertijd maken we gebruik van onze technische expertise, onderzoekspartners, ondersteuning vanuit de private sector en innovatieve ideeën om duurzame oplossingen te vinden voor uitdagingen die te moeilijk zijn voor lokale oplossingen.

Samenwerken met plaatselijke organisaties betekent dat we toegang krijgen tot lokale kennis, taal en inzicht in de uitdagingen en geschiedenis van de gemeenschap. Wanneer we als internationale organisatie op een nieuwe plek een interventie beginnen, dan beschikken we niet over deze absoluut noodzakelijke kennis. Lokale organisaties helpen ons om de context van de plek waar we werken beter te begrijpen. Wij kunnen lokale organisaties ondersteunen door onze ervaring te delen met het aanvragen van financiering bij grote instellingen, het voldoen aan wereldwijde technische normen of het ontwikkelen van door groter partijen vereiste nalevingsrichtlijnen. We hopen duidelijker te maken hoe je projecten uitvoert met internationale partners. Ook helpen we deze organisaties om vertrouwen en beleid te ontwikkelen voor nieuwe samenwerkingen. Tenslotte willen we hen in een sterke positie brengen om het werk te kunnen voortzetten wanneer internationale organisaties zoals de onze uiteindelijk vertrekken.

We werken eraan om 25 procent van ons programmabudget te besteden aan nationale partners, gemeenschappen en plaatselijke organisaties. Dat gebeurt bijvoorbeeld door toerustingsactiviteiten en giften in natura, door te betalen voor goederen en diensten van partners of bij te dragen aan de salariskosten of financiële prikkels. We ondersteunen lokale organisaties, gemeenschappen en ministeries met toeleveringsketens en logistiek, we investeren in gezamenlijke hulpnetwerken en we verbeteren infrastructuur zoals klinieken na conflict- of stormschade. We blijven dit aspect van onze lokalisatiestrategie versterken en ontwikkelen een set hulpmiddelen voor lopende en toekomstige samenwerkingen.

 

4. We versterken onze nationale en regionale capaciteiten

Afgelopen jaar hebben grote stappen gezet in het decentraliseren van ons werk en hebben we meer ondersteunende diensten – zoals HR, IT en financiën – overgebracht naar regionale centra in plaatsen zoals Amman en Nairobi. Daardoor werken we meer samen met collega’s die de uitdagingen en de cultuur beter begrijpen dan wij ooit zouden kunnen. Ons Global Support Office in Zwitserland ondersteunt nog steeds bij belangrijke beslissingen (bijvoorbeeld over het starten of afsluiten van landenprogramma’s), maar we brengen meer functies over naar deze regionale centra. Zo kunnen we het enorme talent in deze regio’s benutten en kunnen we mobieler, wendbaarder en sneller inspringen op noodsituaties.

We gaan door!

Lokalisatie is iets blijvends. De noodhulpsector verandert. We gaan door op deze weg om ons efficiënter en duurzamer in te zetten voor de noden, de vaardigheden en de capaciteiten van de gemeenschappen voor wie we werken. Lokalisatie staat bij ons in de kinderschoenen en we hebben nog een lange weg te gaan. We kijken ernaar uit om hiermee door te gaan en zo te bouwen aan efficiëntere noodhulp in het belang van iedereen.

 


Voor deze inhoud is gebruik gemaakt van informatie van Medair-medewerkers in het veld en op het hoofdkantoor. De zienswijzen in dit bericht vallen onder de verantwoordelijkheid van Medair en dienen op geen enkele wijze beschouwd te worden als de officiële opvatting van enige andere organisatie.