Verhalen | Verhalen

Terug naar Jemen

Rebekah Rice, adviseur water, sanitatie en hygiëne voor het Medair-programma in Jemen, gaat vanwege de coronapandemie terug naar het land en deelt haar gedachten.

In Jemen zijn Medair-teams soms vier uur onderweg om gemeenschappen te bereiken met gezondheidszorg, voeding, water, sanitatie en hygiëne. 

Vandaag zat ik als een van de eerste internationale medewerkers aan boord van een VN-chartervlucht naar Jemen. Acht weken geleden werden de grenzen gesloten voor reizigers die het land in willen. Er gingen heel veel onderhandelingen aan vooraf, over de voorwaarden voor toegang, een visum, vluchtplannen en andere formaliteiten. Ik hield er rekening mee dat het niet zou lukken, totdat ik op het vliegveld van Aden door de immigratiedienst was. Nu kan ik het werk in Jemen weer oppakken, gelukkig. Onze medewerkers hier voelen zich door mijn komst gesteund en doordat ik in het land aanwezig ben, hebben we meer inzicht in de actuele context en kunnen we betere hulp bieden. Hier kan ik mobiel bellen, in plaats van via internet. Mijn motivatie is nu al zo veel groter, terwijl ik nu nog in mijn slaapkamer zit te werken. Nadat de twee weken quarantaine voorbij zijn, kan ik hopelijk onze plaatselijke medewerkers in eigen persoon spreken – op gepaste afstand. Niemand weet hoe de situatie over twee weken zal zijn. 

Nu teruggaan naar Jemen is waarschijnlijk het meest riskante dat ik gedaan heb – vanwege corona. In dit land worden veel gevallen van COVID-19 niet gemeld en de gezondheidszorg is heel gebrekkig. Als iemand hier COVID-19 oploopt en intensieve medische behandeling nodig heeft, dan is de kans op overleven heel klein. We weten dat mensen met symptomen van COVID-19 sterven, maar ze worden niet geregistreerd als coronagevallen omdat er een tekort aan testmogelijkheden is in Jemen. Het is niet duidelijk waarom er te weinig geregistreerd lijkt te worden. Waarschijnlijk is het een combinatie van de overbelaste gezondheidszorg en een overheid die niet voldoende hulp kan bieden. Tegelijk is er een uitbraak van denguekoorts en het chekangania-virus. Dat er voor die twee ziekten ook geen tests beschikbaar zijn, maakt het niet eenvoudiger om de doodsoorzaak vast te stellen. Onlangs werd gemeld dat in heel Jemen slechts 520 IC-bedden en minder dan 200 beademingsapparaten beschikbaar zijn, ondanks een groot aantal in nabestelling. Je moet er niet aan denken wat Jemen in de komende maanden te wachten staat. 

Hier is niet alleen een pandemie op komst. Er is ook nog een burgeroorlog gaande, die weer in hevigheid toeneemt. Aden is een paar weken geleden getroffen door zware overstromingen, waardoor mensen dakloos raakten en ontheemdenkampen onder vuil water kwamen te staan. Bovendien nadert het choleraseizoen. Niets lijkt de Jemenieten gespaard te blijven.

Rebekah ontmoet een moeder en haar jonge kind in een kliniek in Jemen 

De noodhulp in Jemen mag niet stoppen door COVID-19. Anders gaan mensen dood van de honger omdat er geen voedseldistributies zijn, van cholera omdat er te weinig veilig water is, dan komen kinderen om door ondervoeding omdat er geen therapeutisch voedsel is en de mensen die we in dienst hebben, zitten dan zonder werk. We moeten deze dingen afwegen tegen de zorg voor onze medewerkers, die veilig moeten kunnen werken in gemeenschappen waarvan we niet weten in hoeverre ze geraakt zijn door het coronavirus. Maar we willen dat deze gemeenschappen toegang tot veilig water en sanitaire voorzieningen hebben. En ook dat ze uitleg krijgen over het belang van handenwassen en dat ze toegang hebben tot basisgezondheidszorg. Dit zijn moeilijke afwegingen die me zwaar op de maag liggen. Hoe nemen we zulke beslissingen? Wat is goed om te doen in een cultuur waar afstand houden bijna onmogelijk is en waar zo veel mensen door oorlog elke dag moeten zien te overleven?  

Voor deze inhoud is gebruik gemaakt van informatie van Medair-medewerkers in het veld en op het hoofdkantoor. De zienswijzen in dit bericht vallen onder de verantwoordelijkheid van Medair en dienen op geen enkele wijze beschouwd te worden als de officiële opvatting van enige andere organisatie.