Verhalen

Jordanië: In de toekomst wordt het beter

Deze Syrische vluchtelingenfamilie blijft altijd hoop houden.

Net als meer dan 80 procent van de Syrische vluchtelingen die momenteel in Jordanië leven, wonen ook Abu Mohammed en Um Mohammed buiten een officieel vluchtelingenkamp. Maar anders dan veel vluchtelingenfamilies huren ze geen kamer of appartement en wonen ze niet in een tent. Ze hebben een plek gevonden in een verlaten frisdrankfabriek vlakbij de grens met Irak. Met 25 andere families hebben ze de fabriekshal verdeeld in kleinere ruimten.

“We helpen elkaar zo veel mogelijk”, zegt Abu Mohammed met een glimlach. Hij vertelt dat de andere mensen in de fabriek allemaal familie van hem zijn. “We zijn een gemeenschap.” Abu Mohammed en Um Mohammed (hun namen betekenen ‘vader van Mohammed’ en ‘moeder van Mohammed’, zo heet hun oudste zoon) vertellen graag en praten opgewekt. Ze vinden het leuk om ons voor te stellen aan hun uitgebreide familie en hun verhaal met ons te delen. In 2012 zijn ze allebei uit Syrië gevlucht voor de crisis die zich door heel het land uitbreidde. “Het was een lange reis”, vertelt Um Mohammed over de tocht van haar oude woonplaats in het noordoosten van Syrië naar Jordanië. “Het was toen wel gemakkelijker om de grens over te steken. Nu is het moeilijker.”

Levensloop

Hoewel Abu Mohammed en Um Mohammed allebei in dezelfde stad in Syrië zijn opgegroeid, kwamen ze elkaar pas tegen in Jordanië. Ze trouwden en hebben nu drie jonge zoons. De oudste, Mohammed, is een onderzoekende, nieuwsgierige zesjarige. Hun zoon Anas van twee jaar rent steeds heen en weer tijdens ons bezoek. Hun jongste kind Qusai is nog maar drie maanden oud en slaapt vredig onder een muskietennet middenin de ruimte. Ze zijn nog nooit in het land geweest dat hun ouders nog steeds hun ‘thuis’ noemen.

Blijvend letsel

Abu Mohammed en Um Mohammed proberen rond te komen als dagloners. Soms plukken ze groente of ze werken als schaapherder op boerderijen in de buurt. Maar nadat Abu Mohammed een schotwond in zijn knie opliep, is hun inkomen sterk gedaald. Door het letsel is hij blijvend minder mobiel en kan hij minder betaald werk doen. “Ik kan langere perioden niet werken”, zegt hij. “Ik kan geen zware dingen meer tillen.” Als gevolg daarvan heeft het gezin nu schulden gemaakt om de huur te betalen. Ook moeten ze de rekeningen van elektriciteit en water nog betalen. Omdat er minder geld binnenkomt voor de hulp in de Syrische crisis, krijgen ze ook minder ondersteuning van andere hulporganisaties.

Zwangerschap

Ze hebben hun jonge gezin altijd kunnen onderhouden, maar toen het niet goed ging met de zwangerschap van Um Mohammed, raakten ze in de problemen. Um Mohammed voelde zich heel moe tijdens de zwangerschap. “Ik ging elke maand naar de dokter omdat ik zo moe was”, vertelt ze. Uiteindelijk moest ze een noodkeizersnede ondergaan. Toen Qusai geboren werd, woog hij maar 1200 gram. “Ik weet niet waarom hij zo licht was”, zegt ze. “Niemand had me dat verteld.”

Couveuse

Qusai moest direct zorg krijgen en werd overgebracht naar de intensive care voor zuigelingen, waar hij zeven dagen doorbracht. “Ze legden hem in een couveuse en hij werd gevoed met een spuitje”, vertelt Um Mohammed. “Toen hij genoeg kracht had om zelf te drinken, belden ze op van het ziekenhuis om te zeggen dat hij naar huis mocht.”

Ziekenhuisrekeningen

Vandaag is Qusai een kerngezonde baby. Maar zijn herstel heeft flink wat gekost: het gezin kreeg van het ziekenhuis een rekening van 250 Jordaanse dinar (ongeveer 300 euro) voor de keizersnede. Ook voor het verblijf op de IC kwam er een rekening. Voor mensen die geld verdienen met los-vast werk was dit niet te betalen. De enige uitweg die ze zagen, was geld lenen van vrienden en familie. Abu Mohammed ging bij de andere gezinnen in de frisdrankfabriek langs om een financiële bijdrage te vragen voor de ziekenhuiskosten.

Hoge kosten en veel werkloosheid

Helaas zijn ze niet de enigen die in zo’n situatie zitten. Veel kwetsbare families in Jordanië kunnen nauwelijks gebruik maken van de gezondheidszorg in het land. De kosten voor een bevalling, noodoperatie of behandeling van niet-overdraagbare ziekten zoals diabetes en hoge bloeddruk zijn enorm hoog. Met de coronapandemie is het allemaal nog moeilijker geworden. Sinds de start van de pandemie is de armoede onder vluchtelingen en Jordaanse families toegenomen. Meer dan een derde van de Syrische vluchtelingen is werkloos geworden, blijkt uit een onderzoek (in 2020) van de Wereldbank en de VN-vluchtelingenorganisatie.

Geld-voor-gezondheid-programma

Om ervoor te zorgen dat kwetsbare families noodzakelijke zorg kunnen krijgen, betalen we een deel van de kosten voor noodgezondheidszorg. Dit is het ‘geld-voor-gezondheid’ programma, waarbij we families geld geven voor medische kosten die ze zelf al betaald hebben of de openstaande rekeningen direct aan het ziekenhuis voldoen. Voor Abu en Um Mohammed deden we dat allebei. Zo hoefden ze zich niet nog verder in de schulden te steken voor de levensreddende behandeling van hun zoontje.

Opluchting

“Het is een hele opluchting”, zegt Abu Mohammed. Zijn jongste is blij en gezond, net als de twee oudste kinderen. Hij is zijn familieleden niks meer schuldig voor de ziekenhuisrekening en de gezondheid van zijn vrouw is verbeterd.

Optimistisch over de toekomst

Abu Mohammed kijkt vooruit naar de toekomst. “In Syrië is het moeilijk”, zegt hij. Hij weet niet of hij met zijn gezin de kans krijgt om terug te gaan. In plaats daarvan zoekt hij naar stabiliteit. En daar heeft hij een duidelijk beeld bij: “Wat ik echt wil, is hier blijven en een huis bouwen voor de kinderen”, vertelt hij lachend. “Ik ben optimistisch over de toekomst.”


Het werk van Medair in Jordanië wordt gefinancierd door het Zwitserse Bureau voor Ontwikkeling en Samenwerking (SDC), het Bureau voor Humanitaire Aangelegenheden van de VN, het DG Europese Civiele Bescherming en Humanitaire Hulp (ECHO), het Duitse Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Bureau voor Bevolking, Vluchtelingen en Migratie (PRM) van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken en door particuliere donateurs.

Voor deze inhoud is gebruik gemaakt van informatie van Medair-medewerkers in het veld en op het hoofdkantoor. De zienswijzen in dit bericht vallen onder de verantwoordelijkheid van Medair en dienen op geen enkele wijze beschouwd te worden als de officiële opvatting van enige andere organisatie.