Verhalen

Ik geloof in een betere toekomst. En wel hierom.

Zelfs na een ramp kunnen we hoop op een betere toekomst zaaien.

Als noodhulpwerker ben ik tijdens of vlak na rampen op de plek des onheils geweest. Ik kan je één ding vertellen: het woord ‘hoopvol’ zou ik niet gebruiken om zo’n situatie te beschrijven. Bij een ramp zie je, hoor je en ruik je verwoesting, verlies en verdriet.

Je ziet vernielde huizen, mensen met verband om hun wonden, op zoek naar dierbaren. Je ziet de mensen die het niet overleefd hebben, de lichamen die door stille reddingswerkers naar buiten worden gedragen. 

Je hoort het getik van hamers als dakloze families de houten haringen van hun provisorische tenten in de grond slaan, op onbekend terrein, ver van huis. Je ruikt de doordringende lucht, het stof en de rook in de steden en dorpen die door een aardbeving in puin liggen.

Onzichtbaar en onhoorbaar is de psychologische impact op de mensen van wie het leven op slag veranderd is. Veel mensen worden heen en weer geslingerd door emoties: van saamhorigheid wanneer ze in de nood steun vinden bij elkaar tot sterke gevoelens van isolatie en angst.

Een meisje loopt door het puin in Nepal na een verwoestende aardbeving in april 2015, ©Medair

Voorop gaan de plaatselijke noodhulpwerkers. Eerst maken zij zelf de ramp mee en daarna zorgen ze zowel voor hun eigen getroffen familie als voor hun gemeenschap in nood. Deze mensen zijn een inspiratie voor me. Zij laten zien dat je in moeilijke tijden hoop op een betere toekomst kunt zaaien.

Beter herbouwen
Na de zware aardbeving met een kracht van 7,8 op de schaal van Richter die Nepal in 2015 trof, was ik betrokken bij een Medair-project voor de herbouw van 1.312 woningen. In totaal waren meer dan 600.000 huizen, 5.000 scholen en 1.000 ziekenhuizen zwaar beschadigd of verwoest. In ons werk kozen we voor beter herbouwen, wat betekende dat families veiliger konden wonen dankzij aardbevingsbestendige technieken. Verder zorgden we voor voldoende ventilatie en goede kwaliteit van de binnenlucht. Ook gaven we de families toegang tot een veilig en hygiënisch toilet. Wat zo mooi was aan dit project is dat de huiseigenaren getraind werden in deze bouwtechnieken en hun eigen huizen bouwden. Meer dan 600 lokale mensen zijn opgeleid tot bouwvakker, waardoor ze dat beroep konden gaan uitoefenen.

Een blije vrouw voor haar huis dat door plaatselijke bouwvakkers herbouwd wordt. © Medair/Tam Berger

 

Armah parma
Buren hielpen elkaar. Dat systeem heet ‘armah parma’ en werd al generaties lang gebruikt in de landbouw. Na de aardbeving werd het toegepast voor de onderlinge hulp bij het herbouwen van de centrale plek van het gezinsleven: de huizen. Iedereen werd ingeschakeld om de gemeenschap weer op te bouwen. Ik herinner me een bijzondere dag, waarop ik met Kripa en Arjun, twee Nepalese Medair-technici, langs de activiteiten liep. Ik realiseerde me dat uit een ramp, hoe verwoestend ook, iets positiefs kan groeien.

Gelijkheid
Kripa vertelde dat omdat iedereen door de aardbeving getroffen was, sociale status er ineens niet meer toe deed. De Dalit-kaste, die lang als onaanraakbaar werd beschouwd, kreeg tegelijk met de anderen een opleiding tot bouwvakker. Daardoor konden ze in hun eigen levensonderhoud gaan voorzien, wat ze voorheen niet konden.

Arjun, senior onderdaktechnicus bij Medair, in gesprek met een lokale, door Medair getrainde bouwvakker. © Medair

 

39e huis bouwen
Onderweg ontmoetten we Kul Bahadur Magar. Ondanks zijn blindheid was hij bezig met zijn 39e huis. Magar straalde terwijl hij uitlegde hoe hij de stenen met zijn handen opnam, op maat maakte en op hun plaats legde. Hij was trots op wat hij kon en de gemeenschap was heel blij met zijn bijdrage.

Bouwvakker van 80 jaar
Terwijl we verder liepen over de terrassen op de helling, nam Arjun me mee naar Dolma. Deze 80-jarige vrouw had nog één goed oog en een klein beetje gehoor over. Als leerlingen in een klas zaten we voor Dolma naast haar net opgeleverde huis. Ze vertelde: “Ik heb veel zelf gedaan, weet je? Ik heb zelfs de muren gepleisterd.” Het pleisterwerk reikte tot anderhalve meter hoogte, ongeveer haar lengte. Haar man kwam erbij zitten en ze ging verder: “We dachten dat we te oud waren om iets nieuws te beginnen.”

Dolma lacht tijdens de ontmoeting met Medair-medewerkers bij haar nieuwe huis. © Medair

 

Verbetering door rampspoed heen

Iedereen die ik tegenkwam, vertelde op de een of andere manier dat de herbouw een genezende werking had. Vastgelopen relaties kwamen weer tot bloei en de mensen kwamen bij elkaar met een gezamenlijk doel. Het lichamelijke werk en de kameraadschap hielpen de gemeenschap om het opgelopen trauma te verwerken. Veel mensen vertelden dat het leven na de aardbeving verbeterd was, ondanks de rampspoed die hen was overkomen.

Ik geloof
Ik geloof in een betere toekomst door de inzet van plaatselijke noodhulpwerkers zoals Kripa en Arjun, die doorgaan met bijdragen aan de ontwikkeling van hun land. Ik geloof omdat mensen zoals Magar steen voor steen een buitengewone bijdrage leveren aan de opbouw van zijn gemeenschap. En ik geloof zoals de 80-jarige Dolma, die me liet zien dat er altijd een toekomst is als je niet opgeeft.

 


Carl Adams is de voormalige Medair-landendirecteur in Nepal en Bangladesh. Momenteel is hij internationaal programmadirecteur bij Tearfund in Nieuw-Zeeland, een Integral Alliance-partner.

Medair is een internationale hulporganisatie die noodhulp en herstel brengt naar families die kwetsbaar zijn geworden door natuurrampen, conflicten en andere crises. Voor deze inhoud is gebruik gemaakt van informatie van Medair-medewerkers in het veld en op het hoofdkantoor. De zienswijzen in dit bericht vallen onder de verantwoordelijkheid van Medair en dienen op geen enkele wijze beschouwd te worden als de officiële opvatting van enige andere organisatie.