Verhalen

Het leven van een Congolese noodhulpmedewerker:

Noodhulpmedewerker Moise rust uit na zijn voettocht door het oerwoud in het oosten van de Democratische Republiek Congo.

“Voldoening in je werk krijg je als je ver gaat, om levens te redden. Het zit niet in het geld dat je mee naar huis brengt voor je familie.”

Noodhulpmedewerker Moise was negen dagen lang onderweg, deels te voet door het gevaarlijke oerwoud, om in het oosten van de Democratische Republiek Congo mensen te bereiken die aan cholera leden.

“Afgelopen mei kwam een medewerker van een van de afgelegen gezondheidsregio’s in de provincie Noord-Kivu naar het Medair-kantoor met de vraag of Medair hulp kon bieden aan mensen met cholera.  Uit dat gebied meldde hij meer dan 60 choleragevallen en 10 sterfgevallen.

Medair kwam in actie. Mijn collega Martyn, die medisch supervisor is, ging met mij op pad.

Eerst had ik mijn twijfels. Ik wist dat het moeilijk zou worden. We moesten op verschillende manieren reizen om het gebied te bereiken. En door Covid-19 was de situatie nog ingewikkelder geworden.

Maar de gedachte aan mijn landgenoten die hulp nodig hadden, trok me over de streep. Medair gaat naar de meest afgelegen plekken om mensen in grote nood te helpen. Daarom ben ook ik hier.

We vertrokken uit Goma, de hoofdstad van de provincie Noord-Kivu in het oosten van DR Congo, precies op de dag voordat de stad in lockdown ging vanwege corona.

We hadden haast. Ik was er niet op voorbereid, maar we konden niet blijven zitten. We wisten dat er mensen stierven en dat er geen medicijnen waren in de gezondheidspost van het dorp.

Martyn en ik trotseerden lange ritten over hobbelige wegen en dagenlange, gevaarlijke boottochten, maar dat was nog niet het einde van onze reis.

We moesten nog een dag lang te voet door gevaarlijk oerwoud trekken, met zaklampen om de weg te vinden. We vervolgden de reis samen met meer dan 70 vrijwilligers uit Ibanga, die naar Itebero kwamen om 2.000 kilo medicijnen, vloeistoffen en medische materialen te dragen. Iedere vrijwilliger droeg gemiddeld 30 kilo lading op de rug, lopend op plastic regenlaarzen.

Onze voeten deden pijn van het lopen door de regen en de hete zon. Het was een race tegen de klok, dus het team pauzeerde alleen om te eten, water te drinken en te slapen.

We aten cassave en gedroogde vis, dronken water uit de rivier en sliepen in hutten van onbekende mensen in de dorpen waar we doorheen trokken.

Ik was bang, vooral als we slangen en gorilla’s zagen in het oerwoud. Maar de vrijwilligers die ons hielpen om de medicijnen te dragen stelden me gerust. De meeste vrijwilligers hadden wel een of meer familieleden met cholera.

We hadden allemaal hetzelfde doel. We wilden op tijd het dorp bereiken in de hoop dat we zo veel mogelijk levens zouden kunnen redden.

Er gingen twee dagen voorbij. We kwamen veilig aan in het dorp. De mensen waren heel blij om ons te zien.

Er was geen tijd om uit te rusten. We gingen direct naar de gezondheidspost om de medicijnen af te geven. Er waren helaas al meer dan 10 mensen overleden. 

Dat was verdrietig nieuws, maar ik was blij dat we met de medicijnen meer levens zouden kunnen redden. We zetten chloorpunten op om het water in de dorp te behandelen.

Een dag na aankomst vertrokken we weer uit het dorp. We wisten dat de mensen snel zouden genezen van cholera.

Het was een zware opdracht, maar het was het waard.” De 38-jarige Moise is noodhulpmedewerker van Medair, een internationale noodhulporganisatie die lijden verlicht op enkele van de meest afgelegen plaatsen ter wereld, zoals de Democratische Republiek Congo.


 

Medair heeft meer dan 8.000 mensen bereikt in 11 dorpen in de gezondheidsregio Itebero in Walikale, een gebied in de provincie Noord-Kivu. We hebben een cholerabehandeleenheid opgezet, chloorpunten geïnstalleerd en voorlichting gegeven over cholerapreventie en het ontsmetten van water met chloor.

Het project wordt gefinancierd door het DG Europese Civiele Bescherming en Humanitaire Hulp (ECHO) en het Zwitserse Bureau voor Ontwikkeling en Samenwerking (SDC).