Verhalen

Brandend plastic, stof en as: de brand in het Rohingya-vluchtelingenkamp

De rook was kilometers ver te zien.

Op maandagmiddag 22 maart 2021 ontstond er een enorme brand in het vluchtelingenkamp Kutupalong in Cox’s Bazar, Bangladesh. De plastic zeilen en bamboestokken gingen binnen enkele seconden in vlammen op en leidden tot zwarte rookwolken in de lucht. De vuur greep snel om zich heen. Mensen pakten wat ze konden en renden weg. Ze droegen ouderen, kinderen of een paar spullen met zich mee. Families werden van elkaar gescheiden op de vlucht voor het vuur. Dagen later zijn er nog steeds kinderen op zoek naar hun ouders en zijn partners op zoek naar elkaar.

In het vluchtelingenkamp Kutupalong verblijven naar schatting door de Verenigde Naties zo’n 700.000 Rohingya-vluchtelingen. Volgens de officiële VN-cijfers zijn ongeveer 45.000 Rohingya-vluchtelingen door de brand getroffen. Het aantal bevestigde dodelijke slachtoffers is 15 en honderden mensen zijn nog vermist. Meer dan 500 mensen zijn gewond geraakt.

Zelfs dagen na de brandt komt er nog rook uit de smeulende resten van tenten. Op enkele plekken zijn nog kleine vlammen zichtbaar. De doordringende lucht van verbrand plastic hangt in de lucht. Stof en as plakt aan schoenen en hoopt zich op in kleding.

‘Deze brand heeft een verwoestende impact op families die alles al zijn kwijtgeraakt,’ vertelt Rachel Hirons, landendirecteur voor ons programma in Bangladesh. ‘Sinds de brand zijn we in het kamp gebleven en de schade is verschrikkelijk. We hopen maar dat de Rohingya niet hierdoor de moed laten zakken, die hen tot nu toe op de been heeft gehouden.’

Vrijwel direct na de brand kwam de noodhulp op gang. Ons onderdakteam was binnen 24 uur ter plaatse met essentiële hulpgoederen zoals dekzeil, gezichtsmaskers en bamboestokken voor de getroffen families. Tegen het eind van de week hadden we aan meer dan 700 families onderdak- en hygiënepakketten uitgedeeld en de hulp gaat door. Andere organisaties hebben herenigingscentra opgezet waar mensen elkaar weer kunnen vinden. Ook wordt er noodgezondheidszorg verleend.

Maar de crisis vereist meer dan alleen directe hulp. Het moessonseizoen komt eraan en het is onzeker of de Rohingya-families onderdak zullen hebben, maar ook of het heuvellandschap de regen aankan, nu de zandzakken en bamboepalen die de bodem vasthielden verdwenen zijn. Ook zijn er zorgen over corona: in Bangladesh is momenteel een sterke stijging van het aantal coronagevallen. Er is de komende maanden een gecoördineerde hulpactie nodig om de families op waardige wijze te laten herstellen en beschermen te bieden tegen gevaren.

Van twee collega’s die in de buurt van het kamp wonen is het huis in vlammen opgegaan. Ook zijn veel Rohingya-vrijwilligers – die ons helpen bij voorlichting over handenwassen en borstvoeding – getroffen door de brand.

Voor veel Rohingya-vluchtelingen is dit niet de eerste keer dat ze alles zijn kwijtgeraakt. Ze kwamen in augustus 2017 in Bangladesh aan, op de vlucht voor verschrikkelijk geweld in het buurland Myanmar. Momenteel worden in Bangladesh volgens de VN zo’n 860.000 Rohingya-vluchtelingen opgevangen. Velen van hen wonen al vier jaar in hutjes van plastic en bamboe.

We blijven naast de Rohingya staan om hen te helpen deze nieuwste crisis te boven te komen.


Medair is een internationale hulporganisatie die noodhulp en herstel brengt naar families die kwetsbaar zijn geworden door natuurrampen, conflicten en andere crises. In Bangladesh werkt Medair samen met World Concern.

Voor deze inhoud is gebruik gemaakt van informatie van Medair-medewerkers in het veld en op het Global Support Office. De zienswijzen in dit bericht vallen onder de verantwoordelijkheid van Medair en dienen op geen enkele wijze beschouwd te worden als de officiële opvatting van enige andere organisatie.