Verhalen

Twee jaar corona: ‘We hebben alles in ons werk moeten aanpassen.’

Begin 2020 waren er maar weinig mensen die konden voorzien hoe een onbekende, nieuwe ziekte ons leven zou veranderen. Dr. Wendy Dyment, senior adviseur gezondheid en voeding van Medair, vertelt hoe lastig het was om levensreddende programma’s door te laten gaan tijdens een wereldwijde pandemie. Ook vertelt ze over de toekomst van de noodhulp in een wereld met corona.

Je werk al meer dan 20 jaar in de noodhulpsector. Welke veranderingen heb je in de afgelopen twee jaar gezien?

Corona heeft wereldwijd gezorgd voor een flinke verslechtering op alle gebieden van gezondheid en voeding. Uit onderzoeken blijkt hoe omvangrijk de impact is: meer mensen krijgen kanker, er is meer huiselijk geweld en de vaccinatiegraad tegen belangrijke ziekten is wereldwijd afgenomen. Juist kwetsbare mensen zijn getroffen: voor meer mensen is er te weinig te eten, zodat de bestaande nood nu erger is geworden. Om die terugval goed te maken, is er meer noodhulp nodig.

We hebben alle aspecten van ons werk moeten aanpassen. Allereerst moesten we bedenken hoe we op een veilige manier levensreddende hulp konden blijven bieden, zonder de ziekte verder te verspreiden. Ook moesten we bedenken hoe we met corona moesten omgaan.

In het begin van de pandemie, toen er nog weinig bekend was en geen wereldwijde voorschriften waren, moesten we in de verschillende landen alle richtlijnen zelf bedenken en opzetten. Ik gaf leiding aan de wereldwijde ‘coronataskforce’ voor Medair en dat kostte me veel tijd, wel 10 tot 15 procent bovenop mijn toch al drukke werkweek.

Welke nieuwe aanpak heeft Medair gekozen?

We hebben in verschillende landen ons werk aangepast aan de nieuwe noodsituatie. In Bangladesh hebben we bijvoorbeeld een isolatiecentrum opgezet en in Zuid-Soedan opende we een telefonische hulplijn. Daarmee bieden we nog steeds zowel psychosociale zorg als praktische hulp, omdat er veel eenzaamheid is tijdens de pandemie. In Libanon merkte ons team dat mensen niet naar de vaccinatielocaties konden komen vanwege de hoge vervoerskosten. Daarom is Medair met een vaccinatiebus gaan rondrijden om de mensen op te zoeken.

Ook zijn we meer hulp op afstand gaan geven. Positief is dat we daardoor nieuwe manieren van werken en hulpverlenen ontdekten en dat de mensen die we helpen en medewerkers op onverwachte manieren zijn gaan samenwerken.

Wat was de grootste uitdaging?

Desinformatie. Informatie over de volksgezondheid werd eerder over het algemeen breed geaccepteerd en verspreid. Dat hielp om de bevolking goed te beschermen en te helpen. Maar door desinformatie is er meer wantrouwen dan ooit en dat maakt het werk van hulpverleners ingewikkelder.

Bovendien tasten we op veel plekken in het duister. Veel mensen willen zich niet laten testen, om geen stempel opgedrukt te krijgen. Daarom weten we niet hoeveel mensen er besmet zijn en hoe het verloop van corona is. In de officiële cijfers zie je niet hoe de coronacijfers in werkelijkheid zijn. Daarom moeten we andere informatie gebruiken. Zo zagen we in één land een vertienvoudiging van het aantal aanvragen voor begrafenissen; de grafdelvers konden het niet bijbenen. Dat is een aanwijzing dat er corona hard toeslaat. Zo speuren we dus naar aanwijzingen om vast te stellen waar de hulp het hardst nodig is.

Wanneer er zo veel discussie is over de corona-aanpak, hoe kun je dan vertrouwen hebben in de keuzes die je maakt?

We beoordelen zelf alle gegevens en onderzoeken. De lat ligt behoorlijk hoog als het gaat om welke informatie we gebruiken, wij zijn heel kritisch. Het is belangrijk om meerdere bronnen te hebben die we onderling kunnen vergelijken en verifiëren. Daarvoor gebruiken we goede, betrouwbare publicaties met daarin goede en verifieerbare analyses. Gelukkig hebben we een deskundig technisch team en nemen we besluiten waar we zelf helemaal achter kunnen staan.

In tegenstelling tot de meeste andere crises waarbij we hulp bieden, raakte deze crisis ons allemaal. Wat merkte je daar persoonlijk van?

Mijn oude moeder was lang geïsoleerd in een verzorgingshuis. We konden niet elke dag bij haar langsgaan. Ze behoort tot een risicogroep, dus probeerden we heel voorzichtig te zijn. Eén van mijn vrienden is overleden en in mijn omgeving ken ik veel mensen die iemand hebben verloren. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik gebruik kan maken van alle voorzieningen die hier zijn, maar de pandemie raakt iedereen.

“Het wordt nooit meer zoals het was, dat moeten we accepteren.”

Wanneer verwacht je dat alles weer normaal wordt?

Het wordt nooit meer zoals het was, dat moeten we accepteren. In veel westerse landen komt het virus steeds meer onder controle. Maar het blijft een wereldwijd probleem, niet alleen voor armere landen. Hoe meer mensen er ziek worden, hoe vaker het virus muteert en hoe groter het risico is op een nieuwe variant. De maatregelen om corona te voorkomen blijven voorlopig in onze activiteiten, zodat het de standaard wordt in plaats van de crisismodus. Het is begrijpelijk dat mensen dat beu zijn. Maar het is nog niet voorbij, al zou ik willen dat het zo was. Dit is een marathon, geen sprint.

Waaruit put je hoop gezien al deze uitdagingen?

Er is veel uitwisseling van informatie en mensen denken niet alleen maar aan zichzelf. Op veel plaatsen zien we dat gemeenschappen en onze medewerkers samen de schouders zetten onder nieuwe oplossingen en benaderingen. Mensen zorgen voor hun buren en anderen in hun omgeving.

Corona is een nieuwe ziekte. Eerder wisten we er nog niets van. Maar kijk eens hoe ver we nu gekomen zijn. We hebben nog een lange weg te gaan, maar er zijn zo veel stille helden bij Medair en bij andere organisaties. Ze werken onvermoeibaar door, ondanks de uitdagingen. Dat geeft mij hoop: mensen die in stilte hun best doen om anderen te helpen.

Dr. Wendy Dyment is een Amerikaanse kinderarts en deskundige op het gebied van internationale gezondheid en tropische geneeskunde. Ze werkt ruim twintig jaar in de noodhulp. Ze is leidinggevend adviseur gezondheid en voeding bij Medair.