Verhalen

Dankzij de berg hebben we het overleefd

Aishan, een weduwe van 52 jaar, gebaart ons te gaan zitten nadat we het huis van haar oom zijn binnengegaan in een dorp onder de stad Sinjar. Er liggen twee zachte matten op de vloer, zoals in veel huizen in deze regio. Een van de matten ligt langs de buitenmuur en de andere ertegenover.

 

Aishan, een weduwe van 52 jaar, gebaart ons te gaan zitten nadat we het huis van haar oom zijn binnengegaan in een dorp onder de stad Sinjar. Er liggen twee zachte matten op de vloer, zoals in veel huizen in deze regio. Een van de matten ligt langs de buitenmuur en de andere ertegenover. Omdat het licht op de muur valt, ga ik op de andere mat zitten, zodat we straks betere foto’s kunnen maken. Maar Aishan denkt daar anders over, zij vindt het comfort van haar gasten belangrijker: tegen de muur hebben we een rugleuning. Ze staat erop dat we daar gaan zitten. Het zou onbeleefd zijn om te weigeren, dus gaan mijn collega Sarah en ik zitten op de plek die ze ons aanwijst.

Terwijl Aishan begint te praten, komen er nog drie vrouwen aanlopen: Gaware, met een stok; Sara, met een bril; en Aldo, die – zoals we als snel ontdekken – hardhorend is. Ik vraag me af hoe ver ze hebben gelopen. Het voelt niet goed dat zij de reis naar het huis hebben gemaakt omdat wij hier zijn.

Ik had naar hún huizen willen gaan. Zij willen hun verhalen met ons delen, met ons praten, daar ben ik dankbaar voor. Het is een opgewekt stel. Drie van de vier vrouwen zijn op dezelfde dag getrouwd. Hun vriendschap gaat heel diep.

 

Eén voor één delen ze hun ervaringen. Ze vertellen hoe hun dorp was voordat het misging, over hun families en wat ze voor de toekomst hopen.

Op 3 augustus 2014 werd hun dorp, net als het hele district Sinjar, omsingeld door gewapende strijders. De aanval kwam voor velen als een verrassing. Families vluchtten uit hun huizen. De straten stroomden vol mensen in overvolle auto’s. Iedereen probeerde naar de berg Sinjar te vluchten.

“We konden met de auto de heuvels bereiken. Maar omdat de auto niet verder kon, moesten we van daar lopen,” vertelt Aishan. Auto’s werden achtergelaten langs de bochtige weg naar de bergtop, waardoor uiteindelijk iedereen de auto moest laten staan. “Onze voeten waren opgezwollen. We zaten acht dagen lang op de berg. Zonder eten, geen dak boven ons hoofd.” Aishan en Gaware laten zien hoe ze met hun sjaals het water filterden om de rode wormpjes niet op te hoeven drinken uit de ene fles die ze hadden. Ze zaten klem. De berg was omsingeld door gewapende strijders. “De berg Sinjar beschermde ons en veel Jezidi’s. Dankzij de berg hebben we het overleefd,” zegt Sara.

Na acht dagen konden Aishan, Gaware en Sara met hun families door een pas geopende humanitaire corridor naar Syrië reizen. Ze trokken naar het noorden totdat ze konden afbuigen naar een veiliger regio in Noord-Irak. “Ik ben oud en heb veel te verduren gekregen: dorst, honger en ik kan niet goed lopen. Het is door de angst dat we het hebben volgehouden,” vertelt Sara.

Aldo bleef achter op de berg Sinjar, ze was verzwakt door de tocht. Ze is nu 67 jaar en heeft gehoorproblemen. “Wat zegt hij?” vraagt ze wanneer onze collega Riyadh onze vragen vertaalt. Hij zegt het harder, maar nog steeds kan ze het niet verstaan. Dan roept Aishan het in haar oor. Ze begint te vertellen over de vlucht naar de berg Sinjar: over de keer dat ze gevallen was en onbekenden haar hielpen om in veiligheid te komen. Ze vertelt over een soldaat op de berg die haar eten gaf, waardoor ze weer hoop kreeg om door te gaan. Toen ze uiteindelijk in Noord-Irak aankwam, moest ze opgenomen worden vanwege ondervoeding.

Na de crisis van 2014 zijn Aishan, Gaware, Aldo en Sara weer teruggekeerd naar hun eigen dorp. Vroeger stond dit dorp bekend om zijn boomgaard en de overvloed aan olijven. Tegenwoordig zie je brandplekken in de velden. De gewapende groepen hebben de bomen in brand gestoken toen ze het dorp innamen.

Wanneer mensen in Irak terugkeren naar hun huizen in gebieden waar gewapende groepen actief zijn geweest, dan treffen ze enorme schade aan. Er is een tekort aan basisvoorzieningen en hun normale levensonderhoud is er niet meer. Toen de families vluchtten, werd hun vee door andere mensen afgenomen en hun huizen werden geplunderd en platgebrand.

Door middel van huis-aan-huis onderzoek en in samenwerking met plaatselijke leiders vindt Medair de meest kwetsbare huishoudens. Zij krijgen drie maanden lang elke maand 400 dollar geldhulp.

In gebieden waar markten functioneren, is geldhulp een goede manier om in de basisbehoeften van mensen te voorzien. Dit biedt de meeste flexibiliteit en houdt de waardigheid van mensen in stand. Ieder huishouden krijgt een simkaart en ontvangt een sms-bericht als het geld opgehaald kan worden op locaties van de mobiele betaaldienstverlener.

Families die geldhulp ontvangen zijn meestal vaderloze gezinnen of families met gezondheidsproblemen of handicaps. In deze gemeenschap waren veel mensen boeren of schaapherders voordat de crisis kwam.

Gaware zegt tijdens ons gesprek: “Mensen zijn in nood en wij willen graag vertellen wat we hebben meegemaakt en wat we in onze gemeenschap nodig hebben. We willen dat het weer wordt zoals vroeger en dat mensen zich hier prettig voelen. We willen in waardigheid leven.” Aldo: “We willen weer samen leven.” Vóór de crisis woonden er in het gebied ongeveer 100 families. Tot nu toe hebben maar 30 huishoudens kunnen terugkeren.