Verhalen

Blog van de CEO: Wat een jaar!

Zo’n jaar als 2020 hebben we bij Medair niet eerder meegemaakt. We hebben noodhulpinterventies opgezet terwijl er een wereldwijd een pandemie aan de gang was.

Zo’n jaar als 2020 hebben we bij Medair niet eerder meegemaakt. We hebben noodhulpinterventies opgezet terwijl er een wereldwijd een pandemie aan de gang was.

Op zich hebben we genoeg ervaring met in actie komen en hulpprogramma’s opzetten tijdens virusuitbraken. Zo hebben we hulp verleend bij de ebola-epidemieën in Sierra Leone en de Democratische Republiek Congo en hebben we honderdduizenden kinderen gevaccineerd tijdens uitbraken van mazelen in Zuid-Soedan.

Maar Covid-19 was een ander verhaal.

Toen de pandemie werd vastgesteld, stonden we voor een heel stel nieuwe uitdagingen. Grenzen werden regionaal en internationaal gesloten, daardoor konden onze medewerkers niet naar huis terug en konden we geen nieuwe medewerkers naar het veld sturen. Er waren moeilijkheden met de aanschaf en levering van spullen zoals beschermingsmiddelen en zeep voor de gemeenschappen waarin we werken. We moesten onze programma’s aanpassen om de verspreiding van Covid-19 te voorkomen. Veel medewerkers moesten vanuit huis werken en creatieve manieren vinden voor teammanagement en uitvoering van de programma’s. Dat moesten ze soms combineren met de zorg voor kinderen en thuisonderwijs.

In veel landen waar we werken werd de crisis een crisis-in-een-crisis. Het was een flinke schok. Maar een schok kan je ook aanzetten tot aanpassen, snel omschakelen en de balans opmaken.

Aanpassen

We hebben een mensgerichte benadering in de noodhulp. Voor ons staan mensen centraal in wat we doen – niet cijfers of labels. Toen de lockdowns van kracht werden, dreigden we de mensen niet langer met diezelfde mensgerichte benadering te kunnen bereiken. Door de afstandsregels en reisbeperkingen zouden we misschien minder verbinding kunnen maken met de mensen voor wie we werken.

Dus hebben we ons aangepast. In Jordanië en Zuid-Sudan begonnen we met telefonische geestelijke gezondheidszorg en zetten we hotlines op. Zo konden we de mensen een luisterend oor bieden en advies geven in gezondheidskwesties of de zorg voor familieleden met Covid-19. De mensen vertelden ons dat die persoonlijke contacten heel veel betekenen tijdens de pandemie. Er was veel angst en onzekerheid of er wel genoeg zorg beschikbaar zou zijn. Al konden we niet overal persoonlijk aanwezig zijn, onze mensgerichte benadering betekende een wereld van verschil.

Verder hebben we onze programma’s ook aangepast op meer onverwachte uitdagingen. In Afghanistan deden geruchten over Covid-19 de ronde: Het virus zou verdwijnen door het drinken van citroensap. Mensen zouden direct overlijden. Rook van brandende wortels inhaleren zou mensen genezen van Covid-19. We begonnen direct met het brengen van zeep naar afgelegen gemeenschappen. Terwijl we de zeep uitdeelden, vertelden we de gezinnen hoe ze hun handen moesten wassen, afstand moesten houden en hoe het virus zich verspreidt. We bestrijden de verspreiding van het virus, maar ook die van geruchten.

Snel omschakelen

Toen het duidelijk werd dat de pandemie niet snel voorbij zou gaan, moesten we nadenken over hoe we onze noodhulpprogramma’s door konden laten gaan zonder het virus te verspreiden.

Dat werd op 4 augustus 2020 in de praktijk gebracht, toen er een zware explosie in het centrum van Beiroet plaatsvond. Ons team in de Bekavallei kwam onmiddellijk in actie, reed met gezichtsmaskers en handreiniger naar Beiroet om de schade op te nemen. Onze medewerkers hielden afstand van de getroffen gezinnen en van elkaar tijdens hun bezoeken aan beschadigde huizen. Ze droegen gezichtsmaskers en desinfecteerden vaak hun handen. We trainden medewerkers en vrijwilligers om voorlichting te geven over verspreiding en preventie van Covid-19. Ook distribueerden we hygiënepakketten met ondermeer zeep om de verspreiding van het virus tegen te gaan.

Recent hebben we onze aangepaste werkwijze opnieuw in de praktijk gebracht in de Tigray-crisis in Ethiopië. Door gevechten zijn duizenden mensen naar Sudan gevlucht. Met dit soort crises hebben we veel ervaring opgedaan in Irak, Zuid-Sudan, de Democratische Republiek Congo en Bangladesh. Die ervaring kunnen we in deze nieuwe crisis aanpassen aan de pandemie. Ons team in Sudan is hulp gaan bieden in deze crisis. We hebben onderzoeken uitgevoerd en hebben onszelf voorbereid op het bieden van noodhulp.  Onze inzet is onveranderd: corona of niet, we bieden hulp in noodsituaties waar en wanneer we kunnen.

De balans opmaken

Tenslotte zijn we door de pandemie ook de balans gaan opmaken van wat we hebben als organisatie. En dat is veel, zo is gebleken.

We hebben intensieve contacten met de gemeenschappen waar we werken. Dankzij die contacten hebben we onze programma’s kunnen voortzetten zonder dat het vertrouwen van de mensen in ons geschaad is.

We hebben divers samengestelde teams van hardwerkende mensen over heel de wereld. Hun verlangen om gezinnen te helpen die getroffen zijn door conflicten of natuurrampen is onveranderd gebleven tijdens de grootste gezondheidscrisis van onze tijd.

We hebben collega’s die aan elke Zoom- of Teams-vergadering deelnamen, ondanks soms haperende verbindingen. Ze waren vastbesloten om door te gaan met de hulp aan kwetsbare gemeenschappen, ook in de nieuwe thuiswerksituatie.

We hebben leiders die bijsprongen in de teams wanneer we geen nieuwe medewerkers konden aantrekken.

En tenslotte hebben we elkaar. Ondanks de uitdagingen van het afgelopen jaar hebben we elkaar nog steeds aan het lachen gemaakt en elkaar aangemoedigd wanneer het lastig werd. Bovenal houden we vast aan onze missie om getroffen gezinnen te ondersteunen bij conflicten of natuurrampen, op zeer afgelegen en ontwrichte plekken op onze planeet.

We blijven ver gaan, omdat elk leven telt! Zeker middenin een wereldwijde pandemie.

Voor deze inhoud is gebruik gemaakt van informatie van Medair-medewerkers in het veld en op het hoofdkantoor. De zienswijzen in dit bericht vallen onder de verantwoordelijkheid van Medair en dienen op geen enkele wijze beschouwd te worden als de officiële opvatting van enige andere organisatie.