D.R. Congo > Achtergrondinformatie en huidige problemen
In 1996 brak de eerste regionale burgeroorlog uit in D.R. Congo. In augustus 1998 laaide het tweede interne en regionale conflict op. In 2003 werd op basis van een vredesakkoord een overgangsregering aangesteld, die tot de presidentsverkiezingen van 2006 in functie bleef.
In 1996 brak de eerste regionale burgeroorlog uit in D.R. Congo. In augustus 1998 laaide het tweede interne en regionale conflict op. In 2003 werd op basis van een vredesakkoord een overgangsregering aangesteld, die tot de presidentsverkiezingen van 2006 in functie bleef.
Het oosten van D.R. Congo wordt getekend door de aanwezigheid van verschillende afsplitsingen van gewapende rebellengroepen die de bevolking traumatiseren met plunderingen, ontvoeringen, sexueel geweld en moord. Daardoor zijn sinds 2003 meer dan 400.000 mensen in Province Orientale ontheemd geraakt en leven meer dan 20.000 Congolezen als vluchteling in het aangrenzende Sudan en de Centraal Afrikaanse Republiek.
De Ugandese rebellengroep Lord’s Resistance Army (LRA) ging in 2006 akkoord met een wapenstilstand op Ugandees gebied en verplaatste zijn bases naar Garamba National Park in Haut Uélé, in het noordoosten van D.R. Congo. Daar begon de LRA de bevolking te bedreigen en in december 2008 voerde het Congolese leger in samenwerking met het Ugandese leger operatie Lightning Thunder uit om de LRA uit te roeien. In plaats daarvan werd de rebellengroep uiteen gedreven. Uit wraak viel de LRA tijdens Kerst 2008 Dungu aan. Door de aanhoudende aanvallen zijn meer dan 300.000 mensen ontheemd geraakt in Bas en Haut Uélé. Medair kwam in actie tegen de crisis in Dungu en startte een gezondheidsproject gericht op toegang tot kwalitatief goede medische zorg voor de ontheemden.
De LRA is nog steeds actief en is verantwoordelijk voor wreedheden zoals moord, verminking en ontvoering van kinderen. Het leeuwendeel van deze incidenten heeft plaatsgevonden in de regio's Faradje en Dungu. In juli 2011 veroordeelde de VN Veiligheidsraad deze aanvallen en riep op tot gezamenlijke militaire actie tegen de LRA door de betrokken regeringen.
In het zuiden van de provincie strijden rebellengroepen, waarvan er enkele tijdens de genocide in Rwanda gevormd zijn, om de controle over de bodemschatten. Ze voeren aanvallen uit op dorpen en reizigers op de wegen, waardoor 120.000 mensen ontheemd zijn geraakt en niet meer durven terug te keren naar hun dorpen.
De chronische onderontwikkeling, de enorme omvang van het gebied en de barre staat van de wegen vormen samen met de acties van gewapende groepen nog steeds een belemmering voor ontwikkeling in de noordoostelijke regio. Kwetsbare groepen in het gebied (waaronder ontheemden en mensen die geen bestaansmiddelen meer hebben) hebben nog steeds goede gezondheidszorg, veilig drinkwater en goede sanitatievoorzieningen op een redelijke afstand nodig.
Het oosten van D.R. Congo wordt getekend door de aanwezigheid van verschillende afsplitsingen van gewapende rebellengroepen die de bevolking traumatiseren met plunderingen, ontvoeringen, sexueel geweld en moord. Daardoor zijn sinds 2003 meer dan 400.000 mensen in Province Orientale ontheemd geraakt en leven meer dan 20.000 Congolezen als vluchteling in het aangrenzende Sudan en de Centraal Afrikaanse Republiek.
De Ugandese rebellengroep Lord’s Resistance Army (LRA) ging in 2006 akkoord met een wapenstilstand op Ugandees gebied en verplaatste zijn bases naar Garamba National Park in Haut Uélé, in het noordoosten van D.R. Congo. Daar begon de LRA de bevolking te bedreigen en in december 2008 voerde het Congolese leger in samenwerking met het Ugandese leger operatie Lightning Thunder uit om de LRA uit te roeien. In plaats daarvan werd de rebellengroep uiteen gedreven. Uit wraak viel de LRA tijdens Kerst 2008 Dungu aan. Door de aanhoudende aanvallen zijn meer dan 300.000 mensen ontheemd geraakt in Bas en Haut Uélé. Medair kwam in actie tegen de crisis in Dungu en startte een gezondheidsproject gericht op toegang tot kwalitatief goede medische zorg voor de ontheemden.
De LRA is nog steeds actief en is verantwoordelijk voor wreedheden zoals moord, verminking en ontvoering van kinderen. Het leeuwendeel van deze incidenten heeft plaatsgevonden in de regio's Faradje en Dungu. In juli 2011 veroordeelde de VN Veiligheidsraad deze aanvallen en riep op tot gezamenlijke militaire actie tegen de LRA door de betrokken regeringen.
In het zuiden van de provincie strijden rebellengroepen, waarvan er enkele tijdens de genocide in Rwanda gevormd zijn, om de controle over de bodemschatten. Ze voeren aanvallen uit op dorpen en reizigers op de wegen, waardoor 120.000 mensen ontheemd zijn geraakt en niet meer durven terug te keren naar hun dorpen.
De chronische onderontwikkeling, de enorme omvang van het gebied en de barre staat van de wegen vormen samen met de acties van gewapende groepen nog steeds een belemmering voor ontwikkeling in de noordoostelijke regio. Kwetsbare groepen in het gebied (waaronder ontheemden en mensen die geen bestaansmiddelen meer hebben) hebben nog steeds goede gezondheidszorg, veilig drinkwater en goede sanitatievoorzieningen op een redelijke afstand nodig.
________________________________________________________________________________
[1] Rapport over aanvallen op en verplaatsingen van de bevolking in Province Orientale, juni 2011, www.rdc-humanitaire.net
[2] “Condemning Lords Resistance Army atrocities, the Security Council demands surrender,” UN news centre, www.un.org/apps/news/story.asp
