Somalia: We hebben veel werk te doen

Medair-medewerker Stella Chetham ging in december een dag met een vrijwillige vroedvrouw mee naar ontheemde moeders en kinderen. Ze ziet nieuwe kansen voor hulp in Somaliland


Deeqa Noor Khalid, een door Medair opgeleide vrijwillige vroedvrouw, is een bekend gezicht in het kamp vanwege de huisbezoeken die ze regelmatig aflegt in het kamp
December 2010: Deeqa en ik wurmen ons door een doolhof van koepelvormige hutjes, die zo dicht op elkaar staan dat we er nauwelijks tussendoor kunnen. Onze eerste ontmoeting is in een fragiel hutje van stokken, lappen en karton.
In de lage hut zit Iftin Adam in het halfdonker met haar baby van drie maanden in haar armen en een kleine jongen aan haar zijde. Ze hebben bijna niets: een matras op de vloer, een koffer in de hoek. Ze gebaart naar me dat ik moet gaan zitten op een kapotte jerrycan, die nu als stoel fungeert.
“We hebben niets hier,” vertelt Iftin, die hier naartoe is gekomen op de vlucht voor het conflict in Mogadishu. “We hebben slecht onderdak en komen eten en water tekort. Maar het is hier wel rustig.”
De ronde met Deeqa
Eerder die dag gingen Deeqa en ik naar het ontheemdenkamp ‘15 mei’, aan de rand van Burao in Somaliland. De meeste van de 900 mensen in het kamp zijn hier naartoe gevlucht vanwege oorlog of droogte en hebben al hun bezittingen achter moeten laten. Ze behoren tot de kwetsbaarste mensen in de Hoorn van Afrika.
Deeqa Noor Khalid, een door Medair opgeleide vrijwillige vroedvrouw, is een bekend gezicht in het kamp vanwege de huisbezoeken die ze regelmatig aflegt in het kamp.
Bij Iftin gaat Deeqa direct aan het werk en vraagt ze hoe het met de baby gaat. Iftin vertelt dat het kind diarree heeft. Deeqa vraagt Iftin of ze nog steeds borstvoeding geeft en wijst op het belang van goede hygiëne om diarree te voorkomen.
Iftins oudere zoontje geeft de baby een zachte kus. “Hij was ondervoed,” zegt Iftin, “maar sinds hij in het voedselprogramma van Medair behandeld is, zit hij weer op een gezond gewicht. En toen mijn weeën begonnen, heeft Medair mijn vervoer naar het ziekenhuis in Burao betaald, zodat ik daar kon bevallen van mijn baby.”
De impact van Medair in Somaliland
In de regio Togdheer in Somaliland is sprake van chronische armoede, droogte en een enorme toestroom van ontheemden, met name mensen zoals Iftin en haar gezin, die op de vlucht zijn voor de gewelddadige conflicten in Midden-Zuid Somalië. De regio Togdheer, waar al weinig middelen aanwezig waren, is inmiddels zo overspoeld door mensen dat het is aangewezen als een “Borderline Food Insecure (BFI)” zone, met een groot risico op een noodsituatie.
Het team van Medair werkt in de plaats Burao in Togdheer en het omliggende gebied (ongeveer 100.000 inwoners), waar zich zo'n 30 ontheemdenkampen zoals ‘15 mei’ bevinden. We bestrijden de meest essentiële nood door het bieden van levensreddende gezondheidszorg, voedselhulp en WASH (water, sanitatie en hygiëne) aan de kwetsbaarste mensen.
Medair voert daarnaast tien ambulante therapeutische programma's uit voor ernstig ondervoede kinderen en aanvullende voedingsprogramma's voor kinderen met lichte ondervoeding. We ondersteunen de gezondheidszorg met bijvoorbeeld vaccinaties en we bevorderen betere zorg voor kinderen, voedingsgewoonten en gevarieerd eetgedrag. Ons WASH-team verbetert de toegang tot latrines, veilig drinkwater en handenwasvoorzieningen voor de mensen die dat het hardst nodig hebben.
Tot voor kort was Medair één van weinige internationale hulporganisaties met een permanente aanwezigheid in Burao. Door de omvang van het leed in dit gebied is de internationale betrokkenheid en steun toegenomen en komen meer hulporganisaties naar Somaliland om de hoognodige hulp te bieden. Medair werkt nauw samen met de plaatselijke overheid en de nieuwe hulporganisaties om ervoor te zorgen dat zo effectief mogelijk in de meest essentiële noden van de kwetsbare bevolking voorzien wordt.
Een benadering vanaf onderaf
Vrijwillige vroedvrouwen zoals Deeqa helpen Medair een gat in de gezondheidszorg te overbruggen. Ze leren vrouwen basisgewoonten waarmee ze hun gezinnen kunnen behoeden voor gemakkelijk te behandelen aandoeningen. De vrijwillige vroedvrouwen van Medair geven één dag per week gezondheidstrainingen en leggen daarnaast regelmatig huisbezoeken af.
Deze benadering van onderaf is effectief omdat plaatselijke vrijwilligers zoals Deeqa het vertrouwen hebben van de mensen, zodat ze dingen kunnen zeggen die soms tegen de lokale gebruiken ingaan. De vrijwillige vroedvrouwen communiceren met de vrouwen aan de hand van eenvoudige concepten. Om het belang van hygiëne te onderstrepen, gebruiken ze bijvoorbeeld een Somalisch gezegde: “Als je geen kleren hebt, dan ben je arm. Maar als je niet schoon blijft, ben je dwaas.”
“De mensen hebben al veel nieuwe dingen geleerd,” vertelt Noora, één van de bestuursleden van het kamp. “Onze kinderen zijn nu goed doorvoed door de pap, koekjes van ‘plumpy nut’ en groene bladeren. De vrijwillige vroedvrouwen hebben ons veel geleerd over hygiëne: als we opstaan, wassen we de handen en het gezicht van onze kinderen. Ook als we de latrines gebruikt hebben, wassen we onze handen.”
We hebben veel werk te doen
Tijdens mijn bezoek aan het kamp ‘15 mei’ in december, kwamen Deeqa en ik bij Fadumo, een moeder die negen maanden zwanger was en elke dag kon bevallen. Ze begroette ons in de deuropening van haar onderkomen. Terwijl Deeqa de oogleden van Fadumo controleerde op symptomen van bloedarmoede, vertelde Fadumo dat ze een verwijzing had gekregen voor de kliniek, maar dat ze niet was gegaan omdat ze niet wist waar die was. “Als je zorgt dat je klaarstaat,” antwoordde Deeqa, “dan neem ik je er zaterdag mee naartoe.”
Na wat vragen gesteld te hebben over vaccinaties en voeding, drong Deeqa er bij Fadumo op aan om wat groene bladeren te eten en als het kon wat vlees en eieren. Ze stelde de aanstaande moeder gerust: “Ik geef je mijn telefoonnummer,” zei Deeqa. “Als je weëen beginnen, laat het me dan weten.”
Terwijl Deeqa afspraken maakte met Fadumo, kwam er nog een vrouw naar ons toe. Ze vertelde dat ze nog geen maand geleden bevallen was van een tweeling. Eén van de kinderen was nu erg ziek en zelf had ze pijn onderin haar buik. Zonder te aarzelen regelde Deeqa dat de vrouw zo snel als mogelijk naar de kliniek kon voor postnatale zorg.
Ondertussen stonden de vrouwen om Deeqa heen op haar te wachten, zodat bezoeken aan huis niet meer nodig waren. “Iedereen kent me hier,” lachte Deeqa.
Plotseling drong er een man naar voren en vroeg Deeqa om naar zijn zwangere vrouw te komen, die al drie dagen lang bloedingen had. We haastten ons dwars door het kamp naar de hut, waar we de vrouw uitgeput op de grond zagen liggen. Na een voorzichtig onderzoek, vertelde Deeqa me dat ze een miskraam had gehad. Het bloeden was gestopt, maar ze had nog wel lichte koorts. We hoorden toen dat deze vrouw al 11 kinderen bij zich had in deze veel te kleine hut.
Deeqa rolde de vrouw in een deken en regelde dat ze de volgende dag naar de kliniek gebracht kon worden. Inmiddels moest ik terug naar de basis, maar Deeqa was nog lang niet klaar met haar werk. “We hebben veel werk te doen,” zei ze voordat ik vertrok. “We werken dag en nacht.”
Ik zag het met eigen ogen gezien.
Maart 2011: Om te voorzien in het tekort aan goede gezondheidszorg in de kampen, is Medair in Burao begonnen met ondersteunen van vier gezondheidszorgcentra voor moeder en kind, waaronder het centrum vlakbij het kamp ‘15 mei’. Door de ondersteuning van deze klinieken krijgt het werk van Deeqa en de andere vrijwillige vroedvrouwen in de gemeenschap een zo groot mogelijk effect. Wanneer moeders zoals Iftin essentiële medicijnen nodig hebben, of vrouwen zoals Fadumo moeten bevallen, kunnen ze nu gratis gezondheidszorg krijgen in de door Medair ondersteunde kliniek.
Nu er meer noodhulp en overheidsbemoeienis in Somaliland komt en de internationale steun toeneemt, staat deze onrustige regio op een kruispunt. We moeten deze gunstige ontwikkeling vasthouden om ervoor te zorgen dat de steun doorgaat. Ook willen we de kwetsbaarste mensen blijven bereiken met levensreddende hulp en een einde maken aan het leed van talloze gezinnen.
Als u ons vandaag steunt, kan Medair de hulp uitbreiden naar nieuwe plattelandsgebieden in Somaliland waar nog geen andere hulp geboden wordt. Wilt u vandaag een donatie geven?
Het programma van Medair in Somalië/Somaliland wordt ondersteund door het Britse Ministerie voor Internationale Ontwikkeling, het Kinderfonds van de Verenigde Naties (Unicef), het Wereldvoedselprogramma en particuliere donateurs.
Medair is sinds 2008 actief in Somalië en Somaliland. In Burao, Somaliland biedt Medair voedselhulp, gezondheidszorg en verbeterde toegang tot water, sanitatie en hygiëne aan mensen die zwaar getroffen zijn door chronische droogte en conflicten. In 1991 heeft Somaliland zich onafhankelijk verklaard van Somalië. De onafhankelijkheid is niet erkend door de internationale gemeenschap.
Voor dit artikel is gebruik gemaakt van informatie van Medair-medewerkers in het veld en op het hoofdkantoor. De zienswijzen in dit bericht vallen onder de verantwoordelijkheid van Medair en dienen op geen enkele wijze beschouwd te worden als de officiële opvatting van enige andere organisatie.


