Zuid-Sudan: Een wandeling door kamp Mina

Een verslag van Medair-medewerker Stella Chetham vanuit een kamp met bijna 10.000 terugkerende Zuid-Sudanezen, gestrand op weg naar hun dorpen die ze 20 jaar geleden achterlieten.
Een paar maanden geleden was hier alleen moeras. Nu leven er 9.500 mensen. Ze wachten, kamperend op de drassige Nijloevers. Ze behoren tot de honderdduizenden Zuid-Sudanezen die terugkeren naar hun vaderland. Ze hebben meer dan 20 jaar in het noorden gewoond en zijn vervuld van hoop op blijvende vrede.
Hun droom bracht hen tot hier, aan de rand van de plaats Renk in het noordelijkste puntje van Zuid-Sudan. Maar nu zien ze, net als zo vele andere terugkeerders, dat hun vaderland hopeloos aan de grond zit na tientallen jaren geweld en onderontwikkeling.
In kamp Mina zijn de terugkeerders gestrand, wachtend op een mogelijkheid om door te reizen naar hun eigen dorpen. De zandwegen ten zuiden van Renk zijn te modderig. De mensen wachten op boten die hen en hun bezittingen verder stroomafwaarts langs de Nijl kunnen brengen, maar door brandstofgebrek varen er maar weinig boten.
“Toen ik in het noorden was, dacht ik dat Zuid-Sudan aan het ontwikkelen was, dat je overal bebouwing zou zien. Maar zover is het nog niet,” vertelt Teresa Riak Moyik in het nabijgelegen kamp Abayok. “In het noorden hadden we eigen huizen, we hadden het goed. Maar hier gaan we bouwen. We zijn nu weer terug in ons eigen land. We zien dat het hier niet goed gaat, maar we kunnen niet terug.”
James Opal Aquig, een getrouwde man en vader van zeven kinderen, verliet in 1987 zijn dorp Kaka in Zuid-Sudan en heeft sinds die tijd in Khartoem gewoond. “Maar ik wilde terug naar de plek waar ik geboren was en boer of visser worden,” zegt James.

James Opal Aquiq vertelt te midden van zijn gezin over zijn reis naar Mina en zijn hoop op een bestaan in zijn geboortedorp Kaka.
“Als we veilig in Kaka aankomen, dan ga ik een huis bouwen en tot mijn God bidden of hij mij en mijn kinderen een betere toekomst wil geven. Ik ben in Kaka geboren. Ik wil mijn dorp zien groeien, met grote gebouwen, water voor iedereen, een beter leven.”
Met gemengde gevoelens hoor ik James over zijn dorp dromen. Medair heeft in Kaka gewerkt en daardoor weet ik dat het een sterk onderontwikkeld gebied is. Ons team moest er onlangs wegvluchten vanwege het geweld. Aan de andere kant heb ik ook hoop, want Medair heeft de kliniek daar herbouwd, de medewerkers opgeleid en het watersysteem hersteld. James en zijn gezin kunnen dus profiteren van het werk van Medair wanneer ze eindelijk thuiskomen.
Leven in Mina
Door heel kamp Mina liggen poelen met stilstaand water, broeinesten vol muskieten. Dat betekent malaria, één van de dodelijkste ziekten in Zuid-Sudan, met name voor jongeren die tot nu toe niet met de ziekte in aanraking zijn gekomen.
In het midden van het kamp geeft een rood-witte vlag de plaats van de gezondheidstent van Medair aan, de enige plek waar de inwoners naartoe kunnen voor een gratis behandeling. Malaria is de ziekte die hier het meest behandeld wordt. De kliniek is overbelast, dagelijks komen hier wel 200 patiënten.
De medewerkers zien een gestage stroom patiënten langskomen, van consult naar onderzoek naar medicijnuitgifte. Een meisje zit stil te huilen, ze vertelt me dat ze malaria heeft. Een klein jochie spuugt zijn medicijnen uit op de vloer. Eén van de medewerkers komt het opruimen en een andere geeft hem een nieuwe dosis. Aan de apotheektafel legt een verpleegster een vrouw uit op welke tijdstippen ze haar tabletten moet innemen.
En dit gaat maar door. Het gepraat van tientallen mensen door elkaar in de kleine ruimte. De ondraaglijke hitte. Er zijn momenten dat ik even afstand kan nemen en me realiseer dat ik wonderlijke dingen waarneem.
In kamp Abayok verzamelen mensen zich rondom één van de vier door Medair geplaatste waterpunten om schoon water te halen. De aansluiting op het watersysteem van de stad heeft duizenden kampbewoners hun enige bron van schoon water gegeven.
Als de medewerkers aan het einde van de lange dag terugkomen op de basis en ik hen hoor over wat ze allemaal hebben meegemaakt, dan ben ik trots dat we met recht kunnen zeggen dat Medair een stap verder gaat.

In kamp Abayok verzamelen mensen zich rondom de door Medair geplaatste kraanzuilen om water te halen voor hun gezinnen.
Met de weinige middelen die ze hebben, weten de mensen toch de eindjes aan elkaar te knopen. Kamp Mina is een kleine stad geworden, met bedrijfjes die ontstaan om de inwoners te bedienen. Ergens schalt muziek uit een installatie die door een generator van stroom voorzien wordt. We lopen langs kleine eettentjes, theehuisjes en zelfs een plek om mobiele telefoons op te laden. Iets verder ligt verse vis op matten op de grond, de vliegen zwermen eromheen.
We lopen tot aan onze enkels door het water om een ander deel van het kamp te bereiken. Kinderen rennen en spelen lachend met een metalen hoepel. Het leven gaat door, zelfs in dit moeras dat ondanks alles een stadje geworden is.
________________________________________________________________________________
In kamp Mina geeft tolk Zakaria John Zaza me een inkijkje in de complexe emoties die veel gestrande terugkeerders beleven. Ik voel de kracht van zijn positieve instelling en zijn opgeruimde hart, ondanks alles wat hij in de loop van de jaren meemaakte.
Zijn verhaal is verbazingwekkend. Lees het zelf maar, in zijn eigen woorden...
________________________________________________________________________________
Bekijk een fotoserie over het leven in kamp Mina.
De noodhulpteams van Medair zorgen voor toegang tot water, latrines en hygiënebevordering voor 20.000 mensen in de kampen Mina en Abayok. Verder bieden ze gratis gezondheidszorg in kamp Mina en aan de inwoners van Renk. Ook verstrekken ze essentiële goederen zoals dekens, muskietennetten en plastic zeil aan de mensen die onderdak nodig hebben.
Voor dit artikel is gebruik gemaakt van informatie van Medair-medewerkers in het veld en op het hoofdkantoor. De zienswijzen in dit bericht vallen onder de verantwoordelijkheid van Medair en dienen op geen enkele wijze beschouwd te worden als de officiële opvatting van enige andere organisatie.







